RECHT OP INZAGE: BEKENDHEID MET GEGEVENS

Op grond van de AVG heeft een betrokkene (de persoon van wie persoonsgegevens worden verwerkt) het recht om de persoonsgegevens die over hem verzameld zijn in te zien. Dit is het recht op inzage. De betrokkene mag dat recht eenvoudig en met redelijke tussenpozen uitoefenen zodat hij ervan op de hoogte is welke gegevens over hem worden verwerkt. Bovendien kan hij op die manier de rechtmatigheid van de gegevensverwerking controleren. Onder het recht op inzage valt ook het recht om een kopie van de verwerkte persoonsgegevens op te vragen. Dit staat in artikel 15 en overweging 63 van de AVG.

Uitspraak kantonrechter Den Haag

Recent heeft de kantonrechter Den Haag geoordeeld over de vraag of een werkgever verplicht is om stukken uit het personeelsdossier in kopie aan een werknemer te verstrekken als deze stukken al eens eerder aan de werknemer zijn verstrekt en/of de werknemer bekend is met de inhoud van de stukken. De kantonrechter oordeelt dat dit inderdaad het geval is. In de wet staat een beperkt aantal uitzonderingen opgesomd op basis waarvan het recht op inzage geweigerd kan worden. Bekendheid met de stukken wordt niet als een uitzondering genoemd.

Uitzonderingen op het recht op inzage

In een aantal situaties mag het verzoek van een betrokkene tot inzage worden geweigerd.  Dit is bijvoorbeeld mogelijk is als de weigering het noodzakelijk is voor:

  • de nationale veiligheid of openbare veiligheid;
  • het voorkomen, het onderzoeken, het opsporen en vervolgen van strafbare feiten, of de tenuitvoerlegging van straffen;
  • andere belangrijke doelstellingen van algemeen belang van Nederland of de Europese Unie of;
  • de bescherming van de onafhankelijkheid van rechters en rechterlijke procedures.

Ook mogen de rechten van de betrokkene worden beperkt als dit noodzakelijk is voor de waarborging van de bescherming van de rechten of vrijheden van anderen.

Mag er geld worden gevraagd voor het verstrekken van de gevraagde kopieën?

In beginsel mag dit niet. Het is enkel mogelijk om op basis van de administratieve kosten een redelijke vergoeding voor de kopieën te vragen.

Conclusie

Hoewel het recht op inzage niet onbeperkt is, zal in veel gevallen aan een dergelijk verzoek moeten worden meegewerkt. Wordt er ten onrechte door een organisatie niet meegewerkt, dan kan dit ertoe leiden dat de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) na een ontvangen klacht hierover een dwangsom oplegt en zo nodig invordert. De AP heeft bijvoorbeeld recent een dwangsom van € 48.000,- ingevorderd bij Theodoor Gilissen Bankiers (TGB) omdat zij weigerde mee te werken aan een verzoek van een klant om inzage in zijn persoonsgegevens. De invorderingsbeschikking van de AP leest u hier.

Tot slot

Hebt u nog vragen over dit onderwerp? Het privacyrecht team van Valegis Advocaten staat voor u klaar.

ICANN OR ICANN’T? | Advocaat Privacy | Valegis AdvocatenAVG EN M&A: DE INVLOED VAN PRIVACYREGELGEVING OP DE OVERNAMEPRAKTIJK | Valegis Advocaten