Hoe zit het ook alweer met cameratoezicht op de werkvloer?

Hoe zit het ook alweer met cameratoezicht op de werkvloer?

Stel, een werkgever vermoedt dat een werknemers fraudeert of steelt, maar “hard” bewijs ontbreekt. En wat als een werkgever werknemers in de gaten wilt houden om te kijken of zij voldoende functioneren of wel alle (veiligheids)instructies in acht nemen. Mag de werkgever dan gebruik maken van (verborgen) cameratoezicht? In dit artikel legt Dick van Deventer van Valegis Advocaten uit waar een werkgever op moet letten bij het gebruik van (verborgen) cameratoezicht.

Wetgeving

Werknemers hebben recht op privacy op de werkvloer. De werkgever zal daarom rekening moet houden met verschillende wetgeving waarin dit recht is beschermd. Denk daarbij aan (nu nog) de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp), vanaf 25 mei 2018 de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) en onze uitvoeringswetgeving daarvan (de UAVG) (Stb. 2018, 144 en Stb. 2018, 145), de Grondwet, de artikelen 139f en 441b van het Wetboek van Strafrecht en het goed werkgeverschap zoals neergelegd in artikel 7:611 BW.

Doel en gerechtvaardigd belang

De werkgever moet een doel en gerechtvaardigd belang voor het cameratoezicht hebben. Het tegengaan van diefstal en fraude vallen hier bijvoorbeeld onder. Maar ook bijvoorbeeld het beschermen van personen, gebouwen, terreinen, zaken en productieprocessen. Daarnaast moet het cameratoezicht gedurende het gebruik ervan noodzakelijk zijn. Het cameratoezicht mag niet te veel en onnodig inbreuk maken op de privacy van werknemers. Cameratoezicht is niet noodzakelijk als het doel ervan ook zonder camera’s kan worden bereikt.

Beleidsregels Autoriteit Persoonsgegevens (AP)

De AP heeft beleidsregels opgesteld voor het gebruik van (verborgen) camera’s op de werkvloer. Die beleidsregels bestonden al onder de Wbp. Vooralsnog lijkt het erop dat zij onder de AVG en de UAVG ook van toepassing zullen zijn.

In de beleidsregels staat dat de werkgever cameratoezicht slechts mag inzetten als reeds andere (beveiligings)maatregelen zijn getroffen. Bovendien is cameratoezicht pas noodzakelijk als minder vergaande maatregelen die al zijn ingezet onvoldoende effectief zijn. Pas als de fraude of diefstal aanhoudt ondanks inspanningen van de werkgever om hier een einde aan te maken, is het gebruik van camera’s toegestaan. Ook mag de werkgever niet meer en langer camera’s inzetten dan noodzakelijk is voor het doel ervan. Daarnaast moet de werkgever zorgen dat de camera’s niet onnodig meer personen of plaatsen in beeld brengen dan noodzakelijk is. Toezicht in een pashokje of toilet is niet toegestaan. Een camera boven de kassa hangen waar steeds geld uit verdwijnt, mag bijvoorbeeld wel. Bovendien mag de werkgever alleen permanent cameratoezicht instellen als niet kan worden volstaan met opnames gedurende slechts bepaalde periodes.

De Ondernemingsraad

Als de werkgever een ondernemingsraad heeft ingesteld, moet de werkgever de Wet op de Ondernemingsraden (WOR) naleven. De ondernemingsraad heeft op grond van artikel 27 lid 1 onder k en l WOR een instemmingsrecht ten aanzien van de inzet van cameratoezicht. De werkgever kan dan bijvoorbeeld afspraken maken over het gebruik van de camerabeelden, wie de beelden mag bekijken, de bewaartermijn van de beelden en de mogelijkheid tot het gebruik van verborgen camera’s. Als de werkgever camera’s plaatst zonder die instemming, kan de ondernemingsraad binnen een maand naar de rechter stappen om het besluit terug te draaien.

Verborgen camera’s

De werkgever mag niet zomaar gebruik maken van een verborgen camera. Hiervoor is naast een zwaarwegend belang ook een concrete aanleiding nodig, bijvoorbeeld in het geval van (een redelijk vermoeden van) diefstal of fraude. Bovendien moet de werkgever eerst met andere maatregelen tevergeefs geprobeerd hebben hier een einde aan te maken. In dat geval mag de werkgever tijdelijk een verborgen camera plaatsen. Permanent verborgen cameratoezicht is nooit toegestaan. Ontbreken bijzondere omstandigheden, dan is sprake van een strafbaar feit. Diegene die gefilmd is kan dan aangifte doen bij de politie.

Informeren werknemers

De werkgever moet de werknemers van tevoren op de hoogte brengen van het feit dat en waarom er cameratoezicht is of kan zijn. Dat kan bijvoorbeeld met een bordje met een tekst en afbeelding erop. U hoeft niet aan te geven waar de camera’s exact hangen, wel in welk gebied. De werknemers hoeven ook niet te zien of de camera’s aan of uit zijn.

Bij gebruik van verbogen camera’s in het kader van de voorkoming, opsporing en vervolging van strafbare feiten, bijvoorbeeld bij een redelijk vermoeden van diefstal of fraude, hoeven de werknemers niet op de hoogte te worden brengen op het moment dat de werkgever verborgen camera’s gebruikt. De werkgever moet dan wel alle werknemers vooraf informeren over de mogelijke inzet van heimelijk cameratoezicht in de toekomst. Dat kan bijvoorbeeld in het personeelshandboek. Als de werkgever verbogen camera’s heeft ingezet, moeten de werknemers hiervan achteraf altijd worden geïnformeerd. Indien er een ondernemingsraad is ingesteld, dan moet de ondernemingsraad hebben ingestemd met een regeling ten aanzien van (de mogelijkheid van) verborgen cameratoezicht.

Het monitoren van het functioneren van werknemers

De werkgever mag geen camera’s gebruiken voor het beoordelen van werknemers. Het beoordelen van werknemers kan ook zonder cameratoezicht. Denk bijvoorbeeld aan de (extra) inzet van managers of leidinggevenden op de werkvloer. Dit kan anders zijn als het toezicht dient ter naleving van productie- en/of veiligheidsvoorschriften. Bovendien mag de werkgever de camerabeelden slechts gebruiken voor het doel waarvoor zij zijn gemaakt. De camera’s kunnen bijvoorbeeld zijn geplaatst om bedrijfsgoederen en werknemers te beschermen tegen beschadiging of diefstal. De beelden mogen dan niet gebruikt worden om toch het functioneren aan de kaak te stellen. Zo mocht de mediamarkt geen ‘mystery guests’ met camera inzetten om het functioneren van werknemers te controleren (CPB, 21 november 2013).

Melden cameratoezicht

Onder de Wbp moest het gebruik van cameratoezicht vooraf worden gemeld bij de AP. Onder de AVG en de UAVG hoeft dit niet meer. Wel zal de werkgever onder omstandigheden voorafgaand aan het cameratoezicht een gegevensbeschermingseffectbeoordeling (Data Protection Impact Assessment; DPIA) moeten uitvoeren. Als dan blijkt dat er een verhoogd risico bestaat voor de bescherming van persoonsgegevens en dit risico kan niet worden gemitigeerd, dient de werkgever voorafgaand aan het cameratoezicht de AP te raadplegen.

Onrechtmatig verkregen bewijs

Als de werkgever deze regels niet naleeft terwijl op de beelden wel is vastgelegd dat een werknemer een greep uit de kassa doet, is dat bewijs in principe onrechtmatig verkregen. In veel gevallen laten kantonrechters dit bewijs evenwel wel toe en wegen zij dat bewijs mee in hun oordeel.

Overig

Uit de wet volgt dat de werkgever de camerabeelden moet beveiligen, bijvoorbeeld door middel van encryptie. Ook moet de werkgever ervoor zorgen dat slechts daartoe geautoriseerde personen toegang tot de beelden hebben. Hiervoor heeft de AP aparte richtlijnen. De beelden mogen bovendien in principe maximaal 4 weken worden bewaard.

Dit artikel is geschreven in opdracht van SDU Opmaat door Dick van Deventer van Valegis Advocaten.

artikel 139f Wetboek van Strafrecht
artikel 441b Wetboek van Strafrecht
artikel 7:611 BW
artikel 27 lid 1 onder k en l Wet op de Ondernemingsraden (WOR)
Officiële publicaties Stb. 2018, 144
Stb. 2018, 145

Copyright 2018 – Sdu – Alle rechten voorbehouden.

Hoe kunnen medische gegevens nog gedeeld worden met derden? | Valegis Advocaten