Belastingdienst deelt inkomensgegevens met verhuurder: recht van verzet?

Belastingdienst deelt inkomensgegevens met verhuurder: recht van verzet? | Advocaatprivacy.nlBelastingdienst deelt inkomensgegevens met verhuurder: recht van verzet?

Vóór 1 april 2016 bestond er geen wettelijke verplichting voor de Belastingdienst om gegevens omtrent het inkomen van huurders te delen met verhuurders. De Belastingdienst deelde deze gegevens op basis van een gerechtvaardigd belang. De rechtbank oordeelt dat verzet door de huurder tegen deze gegevensdeling niet mogelijk was. De reden hiervoor is dat het delen van de gegevens pas onrechtmatig is indien de verwerking wordt voortgezet nadat de rechter heeft geoordeeld dat het verzet van de betrokkene gerechtvaardigd is. De verwerking was al voor het indienen van het verzet afgerond, dus de huurder kon niet meer met succes verzet aantekenen.

Feiten

De huurder huurt een sociale huurwoning van de woningcorporatie De Alliantie. De Alliantie heeft de inspecteur van de Belastingdienst verzocht om inkomensindicaties betreffende deze huurder over de jaren 2013, 2014, 2015 en 2016. Verhuurders hebben deze inkomensindicatie, op dit moment de “huishoudverklaring” genaamd, nodig om in bepaalde gevallen een inkomensafhankelijke huurprijsverhoging te kunnen voorstellen. Dit volgt uit artikel 7:252a BW. De inspecteur heeft deze inkomensindicatie aan De Alliantie verstrekt. Op 12 februari 2016 stelt de huurder verzet en/of bezwaar in tegen de verstrekking van de inkomensindicaties over 2013, 2014 en 2015. Op 29 oktober 2016 stelt de huurder verzet en/of bezwaar in tegen de verstrekking over 2016. De Belastingdienst verklaart het bezwaar niet-ontvankelijk en wijst het verzet af.

Juridisch kader

Vóór 1 april 2016 was er geen wettelijke verplichting voor de Belastingdienst om een verklaring met inkomensgegevens te verstrekken aan de verhuurder. Artikel 7:252a BW bevatte immers slechts een verplichting voor de verhuurder om de inkomensverklaring op te vragen.

Artikel 67 Algemene wet inzake rijksbelastingen (Awr) bevat een geheimhoudingsplicht voor de Belastingdienst. Een uitzondering op deze geheimhoudingsplicht bestaat wanneer sprake is van een wettelijk voorschrift dat tot verstrekking van de informatie verplicht. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft eerder geoordeeld dat deze geheimhoudingsplicht inhoudt dat een dusdanige verplichting uitdrukkelijk en duidelijk in een wettelijk voorschrift moet zijn neergelegd (RvS 3 februari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:253). Dit was tot 1 april 2016 dus niet het geval.

Per 1 april 2016 is artikel 7:252a BW gewijzigd (Stb. 2016, 124), waardoor sindsdien wél een uitdrukkelijke wettelijke verplichting bestaat voor de inspecteur om de huishoudverklaring te verstrekken.

Beoordeling rechtbank

De rechtbank overweegt dat vanaf 1 april 2016 sprake is van een wettelijke verplichting als grondslag voor het delen van de persoonsgegevens en dat dus artikel 8 sub c Wbp van toepassing is. Verzet op grond van artikel 40 Wbp staat enkel open bij een verwerking op grond van artikel 8 sub e of f Wbp. Het verzet van de huurder is dus terecht afgewezen.

Vóór 1 april 2016 vond de gegevensdeling wel op basis van artikel 8 sub f Wbp plaats, namelijk het gerechtvaardigd belang van de Belastingdienst. De wettelijke verplichting van een ander, in dit geval de verhuurder, kan namelijk een gerechtvaardigd belang van een derde in de zin van artikel 8 sub f Wbp opleveren (Kamerstukken II 1997/98, 25 892, nr. 3. p. 83). Verzet had dus mogelijk kunnen zijn op grond van artikel 40 Wbp, ware het niet dat de gegevensdeling al had plaatsgevonden voordat het verzet werd ingesteld. De rechtbank overweegt dat uit de memorie van toelichting bij artikel 40 Wbp blijkt dat een verwerking van persoonsgegevens pas onrechtmatig is indien de verwerking wordt voortgezet nadat de rechter heeft geoordeeld dat het verzet van de betrokkene gerechtvaardigd is (Kamerstukken II 1997/98, 25 892, nr. 3, p. 163). Nu de verwerking, het verstrekken van de gegevens aan de verhuurder, al was afgerond voordat verzet werd ingesteld, kon het verzet niet succesvol meer zijn. De Belastingdienst had ook het verzet met betrekking tot de inkomensgegevens over 2013, 2014 en 2015 mogen afwijzen.

Uitkomst zaak

Hoewel de gegevensverstrekking van de inspecteur aan de Alliantie op basis van een wettelijke grondslag (gerechtvaardigd belang dan wel wettelijke verplichting) heeft plaatsgevonden en verzet niet (meer) mogelijk was, heeft de rechtbank het verzoek om schadevergoeding van de huurder wel gegrond verklaard. De reden hiervoor is dat het verstrekken van de gegevens vóór 1 april 2016 in strijd was met de geheimhoudingsplicht van artikel 67 Awr en hier stond naar het oordeel van de rechtbank via de weg van verzet geen adequaat rechtsmiddel tegen open.

Opmerkingen

Voor de Belastingdienst kan deze uitspraak betekenen dat meer huurders om schadevergoeding zullen verzoeken, er is immers in strijd met de wet gehandeld. Voor verhuurders zal deze uitspraak echter weinig impact hebben. Hoewel de inspecteur de gegevens in strijd met de Awr heeft gedeeld met de verhuurder, heeft de Rechtbank Den Haag eerder geoordeeld dat verhuurders deze gegevens wel mochten ontvangen. Zij zijn hier immers wettelijk toe verplicht en hoefden volgens de rechtbank niet te weten dat de Belastingdienst in strijd met artikel 67 Awr handelde (Rb. Den Haag 10 januari 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:171).

Op 25 mei 2018 is de Wbp vervangen door de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Ook onder de AVG staat de mogelijkheid van verzet (bezwaar) open wanneer sprake is van een verwerking op grond van een gerechtvaardigd belang (artikel 21 AVG). Gezien de grote overeenkomsten tussen het recht op verzet onder de Wbp en het recht op bezwaar onder de AVG zou de uitkomst van deze zaak onder huidig recht niet anders zijn geweest.

Rb. Den Haag 26 april 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:5386 (datum publicatie: 1 juni 2018)

Dit artikel is geschreven in opdracht van SDU Opmaat door Andrea de Ruijter van Valegis Advocaten.

Wetgeving artikel 7:252a BW
artikel 67 Awr
Jurisprudentie ECLI:NL:RBDHA:2018:5386
ECLI:NL:RVS:2016:253
ECLI:NL:RBDHA:2018:171
Officiële publicaties Stb. 2016, 124
Kamerstukken II 1997/98, 25 892, nr. 3

Copyright 2018 – Sdu – Alle rechten voorbehouden.

HOE ZIT HET OOK ALWEER MET CAMERATOEZICHT OP DE WERKVLOER?AVG: de gevolgen voor uw salaris- en personeelsadministratie | Valegis Advocaten